GENNEP – Flamingo’s Dames heeft de topper tegen -het tot zaterdag- ongeslagen Ecare Apollo 8 met 3-1 gewonnen. Het Gennepse publiek zag hoe de koploper in de Topdivisie de nummer twee uit Borne op een achterstand van zeven punten zette. Behalve een plaats bij de Final Four lonkt in de verte het kampioenschap. “We zijn weer een stap dichterbij de Eredivisie gekomen, maar we moeten nog wel acht wedstrijden winnen”, tempert captain Steffie Janshen de jubelstemming.

In sporthal Pica Mare deelde Flamingo’s in de eerste set de lakens uit. Met hoge servicedruk werd de voorsprong gestaag opgebouwd en werd met een overtuigende 25-15 een 1-0 voorsprong genomen.
De Gennepse supporters dachten al aan een herhaling van het scenario van woensdag in Houten, maar al spoedig in de tweede set werd duidelijk dat Apollo 8 zich niet gewonnen gaf. Flamingo’s had het geluk van een koploper toen bij twee setservices de bal pardoes op de grond in het Bornese speelvak viel, terwijl Apollo grossierde in servicefouten. Desondanks hielden de bezoeksters een voorsprong. Pas bij 21-21 kwam Flamingo’s op gelijke hoogte en kon met 27-25 ook de tweede set gewonnen worden.
In de derde set knokte Apollo zich uit verloren positie terug. Flamingo’s was op weg naar een 3-0 overwinning maar de koploper gaf bij 17-13 terrein prijs. Apollo beschikte over de langste adem en mocht via een 22-25 setwinst hopen op een vijfde set.
Daaraan verleenden de Roze Vogols geen medewerking. Voortdurend hielden de Gennepse dames een voorsprong. Bij 19-16 was het verzet van Apollo gebroken. In sneltreinvaart liep Flamingo’s uit naar 25-17, en was de 3-1 overwinning een feit.
De titelkandidaat schudde de enig overgebleven concurrent af. Beslist is de titelrace nog niet vindt aanvoerster Steffie Janshen. “Nee, we moeten nog acht wedstrijden winnen.”
Trainer Jacek Ziemba was in zijn nopjes met het resultaat. “De meiden hebben het tactisch plan prima uitgevoerd. Dat Apollo lang meedeed komt doordat zij een brede selectie hebben. Bij ons sprak de wedstrijd van woensdag mee, we waren toch vermoeid.”